Club Blad Oud nieuws of ????

Harzers

Oud Nieuws             HarzersOud

Big Business in de Harz,

over het verband tussen de export van kanaries naar de VS en het ontstaan van de harzer

door Jaap Plokker

We gebruiken het gezegde ‘oud nieuws’ om aan te geven dat feiten door de actuele gebeurtenissen zijn achterhaald. Je kunt ‘oud nieuws’ ook anders interpreteren: oude informatie die door jou als nieuws wordt ervaren. Dat gevoel bekruipt me regelmatig wanneer ik in oude bronnen snuffel en verrassende ontdekkingen doe. Helemaal letterlijk is ‘oud nieuws’ oud nieuws wanneer je in oude kranten berichten leest die voor de toenmalige lezers nieuws waren, maar inmiddels in de vergetelheid zijn geraakt en vele jaren later door de lezer opnieuw als iets nieuws worden ervaren. In dit artikel gaan we terug in de tijd en duiken drie artikelen op uit het ‘Bijvoegsel’ van de krant ‘Het Nieuws van den Dag’ van 29 maart 1875, 25 maart 1877 en 8 juni 1879. Ik hoop dat de lezer door dit oude nieuws net zo verrast werd als ik. De artikelen inspireerden mij dieper in het onderwerp te duiken en brachten mij op de volgende veronderstelling: de harzer zangkanarie dankt zijn ontstaan aan de hausse in de export van Duitse kanaries naar de Verenigde Staten vanaf de jaren ’50 van de 19e eeuw. Twee personen dienen in dit verband op een podium gehesen te worden waar ze tot dusver volkomen werden genegeerd: de broers Carl en Heinrich, voor de Amerikanen Charles en Henry, Reiche. Ze zijn, volgens mij, voor het ontstaan van de harzer zangkanarie minstens zo belangrijk geweest als Wilhelm Trute. Als uitgangspunt nemen we de voornoemde krantenartikelen integraal over om vervolgens dieper te duiken in de ontstaansgeschiedenis van de harzer.

Uit: Het Nieuws van den Dag, van 29 maart 1875 (Bijvoegsel).

De handel in kanarievogels in Duitschland

Ofschoon op vele plaatsen in Thuringen en Hessen, alsook in de niet tot den Harz behoorende gedeelten van Brunswijk en de Pruisische provinciën Saksen en Hannover, zich enkele inwoners op het kweeken van kanarievogels toeleggen, levert de Harz met de aangrenzende districten (Eichsfeld, het graafschap Hohnstein, het vorstendom Grubenhagen, enz.) niet alleen de beste, maar ook de meeste van de in den handel gebrachte kanarievogels. Volgens nauwkeurige berekeningen, bedraagt het aantal kanarievogels, dat jaarlijks in Duitschland in den handel gebracht wordt, 450.000 stuks, waarvan minstens 300.000 vogels, of 66 pCt., uit den Harz, met zijn omtrek van vijf mijlen, afkomstig zijn. Ofschoon deze cijfers overdreven schijnen, zal iedereen, die eenigszins met de vogelteelt in den Harz bekend is, moeten toestemmen, dat zij niet te hoog geraamd zijn. De handel in kanarievogels is in den Harz een tak van industrie , die steeds toeneemt, en waarvan de beteekenis niet te gering moet beschouwd worden. Die Gartenlaube deelt daaromtrent eenige bijzonderheden mede. Men neemt aan, dat de handel in kanarievogel onder gewone omstandigheden 40 à 50 pCt. winst afwerpt. Indien dus in den Harz jaarlijks 300.000 vogels uitgevoerd worden, waarvan de helft uit mannetjes bestaat, en indien een mannetje ƒ 3 en een wijfje ƒ 0,30 gemiddeld opbrengt, wordt eene winst van ruim ƒ 240.000 verkregen.1 Wanneer echter, zooals in het afgeloopen jaar, dat buitendien voor de vogelteelt in den Harz ongunstig was, niet alleen wegens de in April en Mei geheerscht hebbende koude, maar ook omdat, door niet te verklaren oorzaken, zeer vele eieren niet uitkwamen, de prijs der vogels, ten gevolge van de groote handelscrisis, 25 pCt. vermindert, is de winst zeer klein. In den Harz wordt overal gekweekt. Men zou zelfs in het geheele, 40 vierkante mijlen uitgestrekte gebied, geen plaatsje kunnen aanwijzen, waar niet één of meer kweekers van den geliefden zanger gevonden worden. Vooral in de op de hoogvlakte van den Beneden-Harz gelegen dorpen Hasselfelde, Benneckenstein, Tanne, alsmede in de door haren bergbouw2 bekende steden van den Boven Harz, Clausthal, Wildemann en Andreasberg, wordt de handel op eene groote schaal uitgeoefend. Niettegenstaande de genoemde ongunstige omstandigheden des vorigen jaars, werden in Hasselfelde door twintig huisgezinnen ongeveer 2400 en in Benneckenstein door vijftig huisgezinnen meer dan 4000 vogels gekweekt. Te Nordhausen , waar ongeveer 80 kweekers grootere broeierijen onderhouden, kweekte een enkele hunner, de rentenier Kuntze, 1200 vogels. De grootte der broeierijen en het aantal verkregen vogels zijn zeer verschillend. Terwijl de in ruimte zeer beperkte handwerksman, die 20 tot 40 vogels kweekt, gedurende den broeitijd de helft van zijn slaapvertrek voor de vogels beschikbaar stelt, richten anderen geheele verdiepingen van ruime huizen met vele kamers voor het broeien in en kweeken daar honderden en duizenden vogels. Den grootsten naam echter, zoowel in het aantal der aldaar gekweekte vogels, alsook wegens de voortreffelijkheid van hunnen zang, heeft zich het, in het gebergte aan den voet des Brockens gelegen, stadje Andreasberg verworven. Aldaar worden jaarlijks door ongeveer 300 huisgezinnen gemiddeld 75.000 kanarievogels gekweekt, welke eene verkoopwaarde van minstens ƒ 150.000 vertegenwoordigen. Andreasberger, Glucker, Hohlschläger, Roller, Doppelroller, Flöter – benamingen van de in den zang verschillende vogels – zijn in geheel Europa bekend en gezocht. De Andreasberger vogels danken hunne beroemdheid aan de kweekers, de zich sedert jaren beijverd hebben om hunne vogels een zo volkomen mogelijken slag te bezorgen, tot het bereiken van welk doel zij steeds de uitgezochtste vogels gebruiken.

Buitendien is te Andreasberg de vogelhandel in de familiën erfelijk, en zijn de inwoners derhalve met de zorgvuldigste en meest doeltreffende behandeling bekend. Slechts één gebrek hebben alle Andreasberger vogels, dat zij namelijk zwakker gebouwd en van eene meer weeke natuur zijn dan de op andere plaatsen van den Harz groot geworden vogels.

De bergbewoners Trute, Schnell en Rosenbusch leveren tegenwoordig de vogels met den besten slag. De grootste handelaar daarentegen, die zich niet alleen op het kweeken, maar ook op den in- en verkoop toelegt, en de eenige , die deze zaak als koopman met hulp van advertentiën en prijscouranten drijft, is Rudolph Masck, die jaarlijks meer dan 1000 mannetjes, alleen per post, verzendt. In de Oostelijke provinciën van Pruisen, in Oostenrijk, Hongarije en Zevenbergen3, Zwitserland, Nederland, Zweden en Noorwegen heeft hij zijne grootste afnemers. In evenredigheid tot de lengte van den weg, dien zij moeten afleggen, worden de kleine houten kooien met hare gevederde inwoners in goed gesloten, van glas voorziene, houten kisten geplaatst; het voedsel, dat daarbij gevoegd wordt, bestaat uit ei en wittebrood en een met water bevochtigd sponsje. Op die wijze verpakt, kunnen de vogels, per post verzonden wordende, het zelfs bij eene strenge koude, van 3 tot 7 dagen, zonder nadeelige gevolgen uithouden. De prijs van zangvogels is zeer verschillend. Soms wordt voor den minsten vogel ƒ 3,60 betaald; betere vogels kosten tot ƒ 18. Enkele, die bijzonder uitmunten, bedingen nog hoogere prijzen. Zoo werd b.v. te

Andreasberg, in den vorigen zomer, door een liefhebber voor een mannetjes kanarie ƒ 90 betaald. Zulke gevallen behooren echter tot de zeldzaamheden. In ieder geval moet het als weelde beschouwd worden, wanneer men in Duitschland voor een kanarie meer dan ƒ 12 besteedt.

Het grootste gedeelte van de gekweekte vogels wordt door handelaars opgekocht: een kweeker uit den Harz gaat daarmede niet, zooals weleer de Tyrolers, de wereld in. De handelaars betalen naar de kwaliteit der vogels van ƒ 1,80 tot ƒ 3 per stuk. In October en November reizen zij van de eene plaats naar de andere, met groote jukken op den rug, die soms 50 kooitjes bevatten, welke elk van een vogel voorzien zijn.

De aanzienlijkste export-zaak in kanarievogels is tegenwoordig die der firma C. Reiche, te Alfeld, in Hannover, die vijf opkopers in haren dienst heeft. Zij heeft in 1874, behalve vele andere Duitsche zangvogels, 68.000 mannetjes–kanaries naar het buitenland uitgevoerd. Daarvan gingen 61.000 naar de Vereenigde Staten en Canada, 3000 naar Brazilië en Peru, 2000 naar Australië (Melbourne en Sydney), 1500 naar Zuid–Afrika en 500 naar Engeland. In 1846 richtte zij te Nieuw-York een filiaal op, Chas.4 Reiche & Brother, die door aanhoudende bemoeiingen en inspanning, niettegenstaande aanzienlijke verliezen in de eerste jaren, door veelvuldige reclames, kostbare advertentiën en uitvoerige brochures, alsook door eene eerlijke handelswijze, in Noord-Amerika zulk eene groote liefde voor Duitsche kananaries heeft doen ontstaan, dat tegenwoordig de helft der geheele broeierij naar de Vereenigde Staten verzonden wordt. Natuurlijk zijn de prijzen in Noord-Amerika veel hooger dan in Duitschland, door de aanzienlijke transportkosten en de vele sterfgevallen gedurende eene lange zeereis.

0 –

Uit: Het Nieuws van den Dag, van 25 maart 1877 (Bijvoegsel).

Gewiekte zangers

In den geheele Harz is de teelt van kanarievogels steeds toenemende. De verzendingen worden steeds grooter; de posterijen belasten zich met die taak. Van 1 October tot 15 November van het vorig jaar verzond zij 350 bezendingen levende vogels met aangegeven geldswaarde, en nagenoeg even zooveel zonder opgave van waarde.

De vogels worden naar Polen, Hongarije, Frankrijk, Denemarken, Zweden en zelfs Engeland verzonden; gemiddeld kosten ze ƒ 9 tot ƒ 18 het stuk; voor uitstekende zangers wordt zelfs ƒ 70 betaald. Het stadje St. Andreasberg is de hoofdplaats van deze industrie.

0 –

Uit: Het Nieuws van den Dag, van 8 juni 1879 (Bijvoegsel).

Handel in vogels en dieren

Ofschoon de verkoop van in den Harz geteelde kanarievogels in het buitenland reeds sedert vele jaren plaats heeft gevonden, is die handel eerst in belangrijkheid toegenomen nadat er eene bron van uitvoer naar Amerika geopend is, vooral sedert de geregelde stoomvaart tusschen Bremen, Hamburg en New-York de groothandelaars in staat stelt hunne verzendingen snel en stipt te doen geschieden. Vroeger waren St. Petersburg, Londen en de voornaamste steden van Holland hoofdzakelijk de plaatsen waar die vogels verkocht werden, maar daarheen werden nauwelijks meer dan 10.000 stuks in een jaar uitgevoerd, terwijl in de laatste jaren dit cijfer niet eens meer bereikt werd, gedeeltelijk omdat de uitvoer naar New York reeds vroeger allen voorraad wegnam, gedeeltelijk ook omdat men er geen verstand van had dien handel te drijven, en door deugdelijke bediening de liefhebberij gaande te houden en aan te wakkeren. Van juli 1872 tot April 1873 werden ongeveer 100.000 Harzer mannetjes-kanarievogel naar New-York uitgevoerd, waarvan Reiche in Alfeld, provincie Hannover, alleen de helft aan zijne firma in New-York zond. Sedert dien tijd is de invoer van Harzer kanarievogels eer toe- dan afgenomen. De vogelkooper Kämpfer in Chicago, wiens handel in vogels de belangrijkste in het geheele westen der Vereenigde Staten en een der grootste en soliedste in het gansche land is, verkoopt jaarlijks een zeer groot aantal. Hij verzendt vogels tot naar Denver in Colorado en Salt Lake City in Utah, en nog verder. Er is nauwelijks eene plaats van eenige beteekenis waar de ‘Harz Mountain Canary’ of kortweg de Duitsche kanarievogel, niet bekend en en geliefd is. Reiche’s verzendingen naar New-York hebben met de stoomboot van de ‘Noord Duitsche LLoyd’ over Bremen plaats.5 Tien à twaalf beproefde en aan de zeereis gewone oppassers bezorgen de overbrenging. Van Juli to April is er elke week eene zending, al naar de behoefte is. Een of twee oppassers hebben voor ongeveer 1000 vogels te zorgen. Elke vogel zit afzonderlijk; zijne kooi moet dagelijks van versch voeder en water voorzien en om de drie dagen schoongemaakt worden. Met de eerstkeerende stoomboot komen de oppassers terug en brengen de vogels, die daar aan de markt zijn, mede, benevens ander pluimgedierte en zoogdieren, waarvoor onder de handelaars, liefhebbers en Zoölogische tuinen in geheel Europa afnemers gevonden worden. Na verloop van omstreeks vijf weken zijn de oppassers in Europa terug, en zoo doen zij

zeven à acht reizen naar New-York in een jaar, want de zaak is ook tot handel in wilde beesten uitgebreid, en van de roofdieren, de dikhuidige dieren en reptiliën, die uit Afrika, Australië en Indië in Europa aankomen, gaan er door bemiddeling van Reiche weder vele naar New-York, om daar aan menageriën, enz. verkocht te worden. Behalve naar de Vereenigde Staten gaan er jaarlijks ongeveer 5000 mannetjes-kanarievogels naar de Oost- en Westkusten van Zuid-Amerika (Rio de Janeiro, Montevideo, Buenos-Ayres, Valparaiso, Lima) ongeveer 7000 stuks naar Rusland en Engeland, terwijl 10.000 en nog meer in Duitschland en Oostenrijk afnemers vinden. Reiche heeft ook beproefd den handel in Australië (Melbourne en Sidney) alsook in Afrika (Kaapstad en Port Elisabeth) in te voeren: maar omdat die pogingen de moeite niet loonden, zag hij er van af, terwijl hij in Calcutta, in Oost-Indië, concurrentie in kanarievogels uit China vond, die wel is waar zeer middelmatig zongen, maar daarentegen zoo goedkoop aangeboden werden, dat hij het daar ook moest opgeven.

0 –

These

Naar aanleiding van de drie hierboven geciteerde krantenartikelen uit het ‘Bijvoegsel’ van ‘Het Nieuws van den Dag’ gaan we dieper in op enkele aspecten van de kanarieteelt in Duitsland in de 19e eeuw en in het bijzonder op het mogelijke verband tussen de export naar de Verenigde Staten en het ontstaan van de harzer zangkanarie.

Uitgangspunt is de volgende stelling: Tot aan de jaren ’40 van de 19e eeuw werden de in Saksen gekweekte kanaries vrijwel uitsluitend in Europa verkocht, maar dankzij de commerciële activiteiten van de gebroeders Reiche ontstond in de jaren ’40 in de VS een afzetgebied voor Duitse kanaries dat allengs groter werd. Als gevolg van de snel groeiende export naar de VS steeg in Duitsland de vraag naar kanaries, waardoor met name in de Harz-regio het aantal kanariefokkers explosief toenam. De voor de Europese en Amerikaanse markt producerende Duitse kanariefokkers concentreerden zich aanvankelijk op het kweken van de klassieke Saksische zangkanarie met ‘Nachtegaalslag’, maar naarmate de productie steeg en het aanbod op de markt groeide werden kwaliteitsverschillen steeds meer financieel gehonoreerd. Het streven naar winstmaximalisatie bracht Saksische kanariefokkers er toe zich toe te leggen op het fokken van kanaries die zich in hun lied niet alleen onderscheidden van de algemeen voorkomende Saksische zangkanaries met ‘Nachtegaalslag’, maar ook, volgens de toenmalige smaak, fraaier klonken. Uiteindelijk bleek niet de vraag naar de zangkanaries met ‘Nachte

gaalslag, maar naar die met lang aangehouden roltoeren het grootst en dus voor de fokkers het lucratiefst om te kweken. Een fokker die zich op deze zangkanarie variant toelegde was de in Sankt Andreasberg woonachtige Wilhelm Trute. In 1875 was zijn faam al zo wijdverspreid dat zijn naam in de Nederlandse krant ‘Het Nieuws van den Dag’ als één van de Duitse topkwekers werd vermeld. Algemeen wordt Wilhelm Trute beschouwd als de aartsvader van de harzer zangkanarie. In onderstaande zal getracht worden deze these zo over-tuigend mogelijk te onderbouwen.

Kanarieteelt in de Harz in de 18e en 19e eeuw

Medio de 18e eeuw waren de grote steden in de Republiek een interessant afzetgebied voor de internatonale vogelhandel. Uit het buitenland afkomstige ambulante vogelhandelaren stelden via advertenties in de krant potentiële clientèle van hun aanwezigheid op de hoogte. Deze advertenties verstrekken ons informatie over o.m. het assortiment vogels dat verkocht werd en de herkomst van de handelaar. Op grond van deze advertenties weten we dat medio de 18e eeuw in de Republiek regelmatig vogelhandelaren rondreisden uit Saksen, in het bijzonder uit de Harz en de op steenworp afstand hiervan gelegen steden Hannover en Braunschweig. Deze kooplieden handelden in Europese vogels en vooral in zogenaamde ‘Geleerde Goud-Vinken’: goudvinken die een melodietje of ‘airtje’ zongen.

In de tweede helft van de jaren ’60 verschenen in de kranten opeens advertenties van Saksische vogelhandelaren, die, behalve ‘geleerde’ goudvinken, ook kanaries te koop aanboden. Ze kwamen overwegend uit dezelfde streek als waarvan de verkopers van de deuntjes zingende goudvinken afkomstig waren: de Harz en de ten noorden hiervan gelegen steden Braunschweig, Hannover en Halle. Naarmate de jaren vorderden groeide het aantal advertenties van Saksische marskramers die zowel ‘geleerde’ goudvinken als kanaries aanboden. Vanaf de tweede helft van de jaren ’70 concentreerden de Saksische vogelverkopers zich steeds meer op de kanariehandel en ontwikkelde de kanarie zich van nevenartikel tot hoofdproduct. In ruim tien jaar tijd had de Saksische ambulante vogelhandel op de Republiek zich dus getransformeerd van de verkoop van uitsluitend Europese vogels en met name ‘geleerde’ goudvinken naar een assortiment dat hoofdzakelijk uit kanaries bestond.

Op grond van de verkoop van Saksische kanaries in de Republiek veronderstellen we dat het ontstaan van een substantiële kanarieteelt en -handel in Saksen in de jaren ’60 van de 18e eeuw gedateerd moet worden. In de daaropvolgende decennia nam Saksen langzamerhand de prominente positie over die Tirol en Zuid Duitsland in de internationale kanariehandel innamen en ontwikkelde zich in de loop van de 19e eeuw tot het belangrijkste centrum van de Europese commerciële kanarieteelt.6

Om enige indruk te hebben van de omvang van de toenmalige Saksische

kanariehandel verwijzen we naar het hiervoor geciteerde artikel van 29 maart 1875 waarin voor de eerste decennia van de 19e eeuw een aantal van 10.000 kanaries wordt genoemd, dat vanuit Saksen naar de belangrijkste steden in West Europa, waaronder de grote Hollandse steden, werd geëxporteerd. Aanvankelijk werden de Saksische kanaries door ambulante vogelverkopers vooral in Europa verkocht, maar in de jaren ’40 van de 19e eeuw werd in de Verenigde Staten een nieuw afzetgebied aangeboord. Deze handel op Noord-Amerika zou leiden tot een enorme groei van de kanarieteelt in Duitsland, in het bijzonder in de Harz-regio.

De gebroeders Reiche en de kanarie-export naar de Verenigde Staten

Voor de exploitatie van het Noord-Amerikaanse afzetgebied en de daaruit voortvloeiende bloei van de kanarieteelt in de Harz-regio in de tweede helft van de 19e eeuw zijn de commerciële activiteiten van de gebroeders Reiche van bijzonder grote betekenis geweest. In het begin van de jaren ’40 van de 19e eeuw emigreerden de broers Charles en Henry Reiche, respectievelijk in 1827 geboren als Carl en in 1833 als Heinrich Reiche, vanuit Braunschweig naar de Verenigde Staten. In het voorjaar van 1842 begon Charles met de vogelhandel. Hij was toen 15 jaar! Hij liet vanuit Duitsland 1000 vogels, bestaande uit kanaries en Europese vogels, als goudvinken, kneutjes, lijsters en nachtegalen naar de Verenigde Staten komen met als doel ze in de VS met winst te verkopen. Het was voor de eerste keer dat op grote schaal kanaries vanuit Duitsland in de VS werden geïmporteerd. Het kostte hem aanvankelijk de nodige moeite om van z’n aangekochte vogels af te komen. Hoewel de meeste immigranten West-Europese wortels hadden bestond in de VS nog nauwelijks een traditie om vogels in een kooitje te houden: er waren dus nauwelijks vogelkooitjes, geen bedrijven die kooitjes fabriceerden, er was onvoldoende vogelzaad en men was onbekend met de kanariezang. In 1843 importeerde Charles zijn tweede partij vogels, waarvan de verkoop heel wat vlotter verliep. In 1846 richtte de inmiddels 19 jarige Charles, samen met zijn 13 jarige broer Henry, de firma Charles Reiche & Brother op. Zij bedreven hun vogelhandel vanuit een winkel in Chatham Street, in Lower Manhattan, in New York. Door veel te investeren in reclame en marketing en zelf met hun handelswaar de VS te doorkruisen wisten ze steeds meer afnemers te vinden voor de door hen geïmporteerde vogels. De zaken verliepen voor de gebroeders Reiche zo voorspoedig dat ze met kortere tussenpozen steeds grotere partijen vogels, met name kanaries, vanuit Duitsland lieten overko

men. In 1849 werd in Boston een tweede fileaal van de firma geopend.

Verkochten ze in de eerste jaren van hun bestaan in totaal 20.000 vogels,

alleen al in 1853 werden door hen 10.000 vogels geïmporteerd, het merendeel kanaries. In z’n in 1853 uitgegeven boek ‘The Bird Fancier’s Companion’ noemt Charles Reiche een aantal van 50.000 kanaries dat toen jaarlijks in de Harz-regio werd gekweekt, oftewel in 1853 werd bijna 20% van de in Saksen gekweekte kanaries door Charles Reiche & Brother opgekocht en naar de VS verscheept. De broers claimden toen verantwoordelijk te zijn voor tweederde van de import van kanaries in de VS. Als de door Reiche genoemde 50.000 kanaries zowel mannen als poppen zijn geweest en de gebroeders Reiche voornamelijk mannen opkochten dan vertrokken in 1853, alleen al via de opkopers van Charles Reiche & Brother, zelfs meer dan 20% van de in Saksen gekweekte mankanaries naar de VS.

Vanwege het belang van de Harz-regio voor hun vogelhandel besloot Charles Reiche in 1858 permanent naar Duitsland terug te keren om vanuit het be

drijfspand in het tussen Hannover en de Harz gelegen Alfeld leiding te geven aan de Europese tak van de firma. Broer Henry bleef in de VS om daar hun zaken te behartigen. In de jaren die volgden groeiden de verkoopcijfers in de Verenigde Staten spectaculair. In 1860 bedroeg de jaarlijkse import 15.000 vogels, in 1865 30.000 vogels en in 1874 vonden alleen al 61.000 kanaries vanuit Duitsland hun weg naar de VS via de gebroeders Reiche. Volgens ‘Het Nieuws van den Dag’ van 29 maart 1875 werden toen in Duitsland in totaal ca. 450.000 kanaries gekweekt, zowel mannen als poppen. Hiervan werd de helft, naar we veronderstellen vooral mannen, naar de VS geëxporteerd. Deze cijfers illustreren hoe groot het belang van de Amerikaanse afzetmarkt voor de Duitse kanarieteelt was geworden.

De overschakeling van de scheepvaart van wind- op stoomkracht heeft het vervoer van levende have op de trans-Atlantische route tussen Europa en Amerika en naar andere werelddelen ongetwijfeld bevorderd. Deed men er in het begin van de 19e eeuw nog 35-42 dagen over om met een zeilschip van Europa naar de overzijde van de Atlantisch Oceaan te varen; de oversteek met een stoomschip duurde 13-19 dagen. Een belangrijke rederij die een geregelde lijndienst op New York onderhield was de in 1857 opgerichte, in Bremen gevestigde, ‘Norddeutscher Lloyd’. In 1858 nam de rederij het eerste stoomschip in dienst op de trans Atlantische route. In 1866 voeren al acht stoomschepen van de ‘Norddeutscher Lloyd’ tussen Bremen en New York. Met name na 1840 kwam ook de Duitse emigratie naar de VS goed op gang. De vestiging van miljoenen immigranten uit Duitstalige gebieden in Europa kan ook van invloed zijn geweest op de groter wordende afzetmarkt voor Duitse kanaries in de VS. De website van het ‘Harzer Roller Museum’ in Sankt Andreasberg verstrekt ons gegevens over het aantal door de firma Charles Reiche & Brother verhandelde kanaries in 1882-1883: Vanuit Duitsland werden naar de Verenigde Staten 120.000 kanaries geëxporteerd, 10.500 naar Zuid Amerika, ca. 30.000 naar Australië en 3.000 naar Zuid Afrika. Buiten Duitsland werden in Europa 30.000 kanaries verkocht en 12.000 vogels werden op de Duitse binnenlandse markt afgezet. Indrukwekkende verkoopcijfers, zeker als men die vergelijkt met het aantal Saksische kanaries dat buiten Europa werd verkocht voordat de gebroeders Reiche in de jaren ’40 met hun vogelhandel begonnen.

Inmiddels was de firma Charles Reiche & Brother niet alleen de grootste exporteur van Duitse kanaries naar de VS, maar was het assortiment waarin men handelde uitgegroeid tot vrijwel alles wat vleugels en vier poten had,

met name exclusieve en exotische dieren, die bestemd waren voor dierentuinen en particuliere dierenverzamelingen in zowel Amerika als Europa. Gedurende de jaren ’70 verlegden de gebroeders Reiche hun aandacht steeds meer naar de groothandel, deden hun winkels in Boston en New York van de hand en concentreerden zich volledig op de im- en export van vogels, in het bijzonder kanaries, en exotische en exclusieve diersoorten. Charles Reiche overleed in 1885 en broer Henry in 1887.7

De betekenis van de gebroeders Reiche voor de Duitse kanarieteelt in de 19e eeuw is nauwelijks te overschatten. Door hen werd de Amerikaanse markt ontdekt, rijp gemaakt voor de afzet van kanaries en vervolgens voorzien van grote aantallen in Duitsland gekweekte zangkanaries. Omstreeks 1875, dertig jaar nadat Charles Reiche zijn eerste partij kanaries naar de VS liet overkomen, werden jaarlijks meer dan 200.000 kanaries per stoomboot over de Atlantische oceaan vervoerd, was een substantieel deel van de in de Noord-Amerika aanwezige Saksische kanaries geïmporteerd door het bedrijf van Charles en Henry Reiche en draaide, dankzij hun ondernemingszin in de VS, de commerciële kanarieteelt in de Harz-regio op volle toeren en was nog steeds groeiende.

Big business in de Harz

De omvang van de kanarieteelt in de Harz in de jaren ’70 van de 19e eeuw, zoals beschreven in bovenstaande krantenartikelen, was ondenkbaar zonder de gigantische export van kanaries naar de VS. Toen vanaf het begin van de jaren ‘50 de vraag naar kanaries op het Amerikaanse continent alleen maar groeide en lucratieve inkoopprijzen betaald werden probeerden heel veel mijnwerkers en bosarbeiders in de Harz hiervan een graantje mee te pikken en nam het aantal fokkers van kanaries spectaculair toe. In 2010 telde Sankt Andreasberg ruim 1700 inwoners. Het aantal huishoudens zal, met een voor Duitsland gemiddelde gezinsgrootte van 2,2, rond de 750 geschommeld hebben. Wanneer, volgens het krantenartikel van 29 maart 1875, medio de jaren ’70 van de 19e eeuw in Sankt Andreasberg 300 kanariefokkers woonden, die per jaar gezamenlijk 70.000 kanaries kweekten, dan moet toen, met een, verondersteld, kleiner inwoneraantal en een groter gemiddelde gezinsgrootte, in vrijwel ieder huis kanariebroedkooien hebben gestaan. Als we de opkoopprijs van een mannetjeskanarie op ƒ 2,00 stellen en we weten dat toen in West Nederland het gemiddeld dagloon van een fabrieksarbeider ca. ƒ 1,25 bedroeg dan realiseert men zich pas welke bedragen er in de kanariekweek omgingen, welke winsten konden worden behaald door de grote fokkers die honderden kanaries per jaar op stok kregen en hoe lucratief het voor de gewone mijnwerker en bosarbeider kon zijn om een paar kanariemannetjes te kweken. Voor dat extra inkomen had hij het er graag voor over om gedurende het broedseizoen met vrouw en kinderen tussen de broedkooien te slapen.

Als gevolg van de toenemende vraag naar kanaries ontstond er ook een steeds grotere behoefte aan vogelkooitjes, in het bijzonder vervoerskooitjes. Daarin werd voorzien door gespecialiseerde bedrijfjes en huisnijverheid, waarvoor alle gezinsleden ingeschakeld konden worden. Bovenstaande kan eigenlijk maar tot één conclusie leiden: Het kweken van kanaries en de daarmee verbonden nevenactiviteiten waren in de Harz in de tweede helft van de 19e eeuw in de eerste plaats business en voor sommigen zelfs big business.

De zang van de Saksische kanarie tot ca. 1860

In editie 2015-2 van ons clubblad zijn we in het aan de harzers gewijde deel van ‘Revolutie in de zangkast’ uitgebreid ingegaan op de ontwikkeling van het harzerlied.8 We zagen toen dat de wortels van de harzer teruggaan tot de jaren ’60 van de 19e eeuw, toen enkele Saksische kanariekwekers, waaronder Wilhelm Trute, zich begonnen toe te leggen op kanariezang met lang aangehouden roltoeren. De vraag waarom juist in die periode zangkanariefokkers begonnen te experimenteren met nieuwe zangkanarievarianten werd in dat artikel niet aan de orde gesteld. In dit verband willen we daar wel op ingaan en naar mijn mening moeten we sleutel voor de beantwoording van deze vraag zoeken in het voorafgaande. Dat de periode waarin de harzer zangkanarie tot ontwikkeling kwam samenviel met een explosieve groei van de export van kanaries naar de VS is, naar mijn overtuiging, geen toeval. Er wordt dus een causaal verband verondersteld tussen het ontstaan van de harzer zangkanarie en de expansie van de kanarieteelt in de Harz-regio nadat de trans Atlantische kanariehandel op gang was gekomen. Dit betekent dat we voor de voedingsbodem waarin de harzer tot ontwikkeling kon komen terug moeten gaan tot het moment waarop Charles Reiche in 1842 z’n eerste partij kanaries uit Duitsland importeerde.

Naar we aannemen verschilden de Saksische kanaries die de gebroeders Reiche in de jaren ’40 vanuit de Harz-regio naar de VS lieten overkomen niet van de vogels die door de uit Saksen afkomstige ambulante vogelverkopers in Nederland werden verhandeld. Op grond van de door deze vogelhandelaren in de Nederlandse kranten geplaatste advertenties hebben we een indruk van het lied dat toen door de Saksische kanaries werd gezongen. De kanaries die vanaf de jaren ’70 van de 18e eeuw door de Saksische vogelverkopers in, aanvankelijk, de Republiek en later Nederland werden verkocht kunnen we typeren als ‘nachtegaalzangers’. De verkopers prezen in de advertenties deze vogels aan met het zingen van o.m. de ‘Nachtegaalslag’, ‘Waterrol’ en ‘differente Rollen en Fluiten’.9 Met de opmerking ‘by de Nachtegalen geleerd‘ verstrekken de advertenties ons ook informatie over de manier waarop deze zangkanaries werden afgericht, namelijk met voorzang van nachtegalen. 10 We moeten ons dus voorstellen dat in het lied van deze Saksische kanaries veel toeren uit de natuurlijke zang van nachtegalen te herkennen waren. Huidige waterslagerkwekers zouden deze vogels typeren als zangkanaries met een overduidelijk waarneembaar nachtegaalaccent.

De kanaries die de gebroeders Reiche in de jaren ’40 vanuit de Harz-regio importeerden en in de VS verkochten waren deze nachtegaalzangers. Charles Reiche beschreef zelf in een in 1853 door hem uitgegeven boek de zang van de Duitse kanaries die hij op dat moment met duizenden op de Amerikaanse markt wegzette: ‘Instead of a succession of noisy bursts, the bird must know how, with a silvery, sonorous voice, to descend regularly through all the tones of the octave. The most admired notes are the bow-trill (bow-roll), the bell note, the flute, the water-bubble, the nightingale note, wood-lark note, etc.; the whole song must consist of about twenty different notes.’ Verderop schrijft hij dat er in de VS ook geprobeerd werd om kanaries te kweken, maar de zang van deze vogels niet met die van de kanaries uit Saksen kon wedijveren, omdat de Amerikaanse fokkers niet de beschikking hadden over de voorzang van nachtegalen, veldleeuweriken, etc., etc.11

Omstreeks 1850 moest het lied van een kwalitatief goede Saksische zangkanarie uit twintig toeren bestaan, helder en klankvol zijn, langs de toonladder tussen hoog en laag variëren, en allerlei elementen van het nachtegaallied bevatten. Een omschrijving van kanariezang dat weinig associaties oproept met het huidige harzerlied. Vijf en twintig jaar later wordt Wilhelm Trute, de aartsvader van de moderne harzer, in ‘Het Nieuws van den Dag’ genoemd als één van de topkwekers uit de Harz. We mogen aannemen dat de kanaries van Trute een heel ander lied zongen dan de vogels die in 1853 door Charles Reiche werden beschreven. In welke toeren Trute’s vogels in 1875 excelleerden is mij niet bekend. Verondersteld wordt dat het lied al diverse kenmerken van het uiteindelijke harzerlied bezat, zoals lang aangehouden roltoeren. Een keurlijst uit 1878 verstrekt ons informatie over de toeren die de leden van de vereniging ‘Kanaria Leipzig’ toen wisten te waarderen. In volgorde van belangrijkheid waren dat de holrol, koller, kloeken, lachtoer, knor, knatterknor, klingelrol, waterrol, knar, zwier en lispelrol.12 Deze lijst wekt niet de indruk dat de vogels die deze toeren zongen ‘by de nachtegalen geleerd’ hadden en over een uitgesproken ‘Nachtegaalslag’ beschikten. De nachtegaal, die in de Harz honderd en in Europa maar liefst ruim tweehonderd jaar als voorzanger voor jonge kanariemannen had gefungeerd, had bij de toonaangevende Saksische fokkers binnen 25 jaar het veld moeten ruimen en geraakte naarmate de tijd voortschreed bij de kanariekwekers in Duitsland steeds meer uit de gratie. Wat had zich tussen 1850 en 1875 in de Duitse kanariewereld afgespeeld met als gevolg dat het lied van de meest gewaardeerde en kostbaarste Saksische zangkanaries in 1875 wezenlijk anders klonk dan 25 jaar daarvoor?

Stijgende productie en kwaliteitsdifferentiatie

Het kweken van kanaries als een vorm van vrijetijdsbesteding is een verschijnsel van de moderne tijd. Toen ca. 1760 de kanarieteelt in Saksen werd geïntroduceerd werden de kanariefokkers louter gedreven door commerciële motieven. De vogels werden opgekocht door ambulante vogelhandelaren, die Europa rondtrokken om de kanaries te verkopen. Over de omvang van de toenmalige kanarieteelt in Saksen heb ik geen gegevens kunnen vinden. Het artikel in ‘Het Nieuws van den Dag’ van 8 juni 1879 vermeldt dat ‘vroeger’ nauwelijks meer dan 10.000 Saksische kanaries in de grote steden in Europa werden verkocht. In zijn in 1853 gepubliceerde boek ‘The Bird Fancier’s Companion’ schrijft Charles Reiche dat in de Harz-regio 50.000 kanaries werden gekweekt. In 1853 werden 10.000 Duitse kanaries in de VS geïmporteerd, evenveel als niet lang daarvoor in alle Europese steden tezamen werden verkocht. Bij gebrek aan voldoende informatie kunnen we niet anders dan een hele grove schatting doen, maar op basis van bovengenoemde gegevens vermoed ik dat de totale seizoensproductie in Saksen omstreeks 1840, dus toen er nog geen vogel naar de VS werd geëxporteerd, ca. 30.000 kanaries bedroeg, zowel mannen als poppen. Hiervan waren vooral de mannetjes interessant voor de handel. Op grond van de advertenties in Nederlandse kranten krijgen we namelijk de indruk dat de Saksische ambulante vogelverkopers die Europa rondreisden vooral mannen verkochten.13

Vergelijken we deze cijfers met de door ‘Het Nieuws van den Dag’ verstrekte informatie uit de jaren ‘70 dan kunnen we concluderen dat met de groei van de export naar de VS de kanarieproductie in Duitsland, in het bijzonder in de Harz-regio, navenant steeg en in de jaren ’70 bio-industrieachtige vormen had aangenomen. De lucratieve bedragen die de opkopers van, onder meer, Charles Reiche & Brother neertelden stimuleerde in Duitsland een ongebreidelde groei van de kanarieteelt, die zich tot in de jaren ’80 zou doorzetten.

Tegelijkertijd met de toename van de overzeese export, met name naar Noord-Amerika, constateren we een forse differentiatie in prijzen die de opkopers aan de kanariefokkers betaalden en aan de consument werden doorberekend. De hiervoor geciteerde krantenartikelen illustreren dit met diverse voorbeelden.

Verschillen in prijzen die voor kanaries betaald moesten worden zijn al bekend vanuit de 17e eeuw. Ca. 1670 werd voor een kanarie die een melodietje kon zingen 60-80 gulden betaald. 14 J.C. Hervieux nam in zijn in 1709 uitgegeven boek een prijslijst op, waaruit valt op te maken dat men in Frankrijk voor de ene kleurslag veel meer moest betalen dan voor de ander. In de in 1712 uitgegeven Nederlandse vertaling werden de bedragen in Hollandse valuta opgenomen. De prijzen voor de diverse kleurvarianten varieerden tussen 3½ en 25 gulden. 15 Volgens F. van Wickede betaalde men in de Republiek in 1734 een ‘pistool’, een gouden munt met een waarde van 12 gulden, voor de eerste kanaries met een kuif.16 Aan exclusiviteit was ook in de 17e en 18e eeuw een prijskaartje verbonden. Merkwaardig genoeg werd door mij nergens, ook niet in de krantenadvertenties, een aanwijzing gevonden dat er een significant verschil in kwaliteit en prijzen bestond voor de Saksische zangkanaries, die vanaf de jaren ’60 van de 18e eeuw in de Hollandse steden werden aangeboden. Dit veranderde in de tweede helft van de 19e eeuw radicaal. Het artikel in ‘Het Nieuws van den Dag’ van 29 maart 1875 vermeldt dat de verkoopprijzen van de mannetjes varieerden van ƒ 3,60 tot ƒ 18 met sommige uitschieters naar boven, waarvoor veel meer werd betaald. Uit de editie van 25 maart 1877 weten we dat kanaries die per postorder werden geleverd ƒ 9 tot ƒ 17 moesten kosten, terwijl in dat artikel ook sprake is van uitschieters tot ƒ 70. Duidelijk is dat het prijsverschil werd bepaald door de zangeigenschappen van de kanarie. Ondanks de mindere constitutie van de in de Harz gekweekte vogels wisselden ze namelijk toch vlot van eigenaar en een vermelding van Saksische kanaries in verschillende kleurvariëteiten heb ik in geen enkele 19e eeuwse advertentie aangetroffen.

Voor kanaries met zangeigenschappen die door de consument als exclusiever, welluidender en fraaier werden ervaren dan de doorsnee Saksische zangkanarie met ‘Nachtegaalslag’ konden hogere verkoopprijzen gevraagd worden. Het werd dus voor de kanariekwekers bijzonder lucratief om te experimenteren met varianten in het zangkanarielied waarvoor ze bij de opkopers hogere prijzen konden bedingen. In 1875 had dit mechanisme in Saksen geleid tot een serie zangkanarievarianten die inmiddels al zoveel roem hadden vergaard dat ze als zodanig werden benoemd: Het krantenartikel van 29 maart 1875 somt er een aantal op: de ‘Andreasberger’, ‘Glucker’, ‘Hohlschläger’, ‘Roller’, ‘Doppelroller’ en ‘Flöter’. Hoe de afzonderlijke varianten klonken is mij niet bekend; ik heb, tot dusver, geen enkele beschrijving van hun lied kunnen vinden. De indruk bestaat dat de variaties vooral zijn ontstaan doordat fokkers zich aanvankelijk toelegden op de kwaliteitsverbetering van bepaalde toeren in het lied van de klassieke Saksische zangkanarie met ‘Nachtegaalslag’ en hun vogels zich daarmee in positieve zin van andere vogels konden onderscheiden. In twee advertenties meen ik voor deze veronderstelling een aanwijzing gevonden te hebben: In de Rotterdamsche courant van 29 december 1836 vond ik: ‘Alhier is gearriveerd een Koopman met Saxische Kanarievogels zingende (…) de Nachtegaalslag, Water- en Snetterrollen, Kloeken en divere Fluiten’. In de editie van 27 november 1869 van dezelfde krant lezen we het volgende: ‘Alhier is gearriveerd Miena Schuts met eene groote partij Saksische Kanarievogels zingende den Nachtegaalslag, Waterrol, Belrol en Holrol’. Ik veronderstel dat in het lied van de ‘Glucker’ vooral de ‘Kloeken’ op de voorgrond traden en de zang van de ‘Hohlschläger’ werd gekenmerkt door uitgesproken ‘Holrollen’, maar ook nog door elementen uit het nachtegaallied. De ‘Flöter’ zal ongetwijfeld in de fluitenpartij geëxcelleerd hebben. We hebben het vermoeden dat de zang van de ‘Roller’ en ‘Dobbelroller’ gekenmerkt werd door roltoeren, al dan niet zo lang mogelijk aangehouden. Mogelijk hebben Wilhelm Trute en z’n kompanen zich beijverd om deze varianten verder te veredelen tot de zogenaamde ‘Edelroller’, die vervolgens ‘Harzer Edelroller’ en tenslotte, kortweg, ‘Harzer’ werd genoemd, maar dan zijn we al in de 20e eeuw beland. Het is overigens ook mogelijk dat de in Sankt Andreasberg woonachtige Trute ‘Andreasbergers’ fokte en dit dus de voorouders van de harzers zijn geweest. De ware toedracht hieromtrent blijft tot dusver, bij gebrek aan informatie, nog duister.

Dat van de verschillende zangkanarievarianten, die in de loop van de jaren ‘50 en ’60 in de Harz-regio ontstonden, uiteindelijk alleen de ‘Edelroller’ zich tot een erkend ras heeft kunnen ontwikkelen zal mogelijk het gevolg zijn geweest van de smaak van de toenmalige consument. Immers, voor de kanarieteelt en -handel in de tweede helft van de 19e eeuw gold: wat de consument vroeg en waar hij het meest voor betaalde, dat werd geproduceerd. Kennelijk klonk de ‘Edelroller’ niet alleen anders dan de ‘oude’ Saksische kanaries met ‘Nachtegaalslag’, maar zong, naar de toenmalige smaak van de consument in Europa, en ongetwijfeld ook in de VS, aangenamer en fraaier, zelfs fraaier dan de concurrerende nieuwe zangvarianten.

Anno 2016 heeft de term ‘broodkweker’ een negatieve gevoelswaarde. In de 19e eeuw was dat totaal anders. Vrijwel alle kanariekwekers waren ‘broodfokkers’ en dit werd als de normaalste zaak van de wereld beschouwd. ‘Hobbykwekers’ vond men alleen bij de vermogende elite. De hiervoor geciteer

de artikelen uit ‘Het Nieuws van den Dag’ beschrijven de kanarieteelt ook

niet als een vrijetijdsbesteding, maar als een agrarische bedrijfstak, met omzet- en winstcijfers. De Duitse kanarieteelt omstreeks 1875 wordt in het artikel van 25 maart 1877 zelfs aangeduid als een ‘industrie’. Hoewel in de tweede helft van de 19e eeuw kanarieverenigingen werden opgericht en de eerste wedstrijden voor zangkanaries werden georganiseerd, waardoor het houden en fokken van kanaries voor het eerst ook een aspect van liefhebberij begon te krijgen, moeten we, om te begrijpen waarom medio de 19e eeuw kanariekwekers met hun fokprogramma van de geijkte paden afweken, ons realiseren dat het streven naar zoveel mogelijk financieel profijt bij hen de hoogste prioriteit had. Kanaries kweken in de 19e eeuw was in de eerste plaats business; een business waaraan we wel de harzer zangkanarie hebben overgehouden.

Samenvatting en slot

In de jaren ’40 begon de Duitse immigrant Charles Reiche met de import van Duitse kanaries in de VS. Later richtte hij met zijn broer Henry in New York de firma Charles Reiche & Brother op. In 1853 importeerde de firma al 10.000 vogels per jaar en claimde tweederde van de import van Duitse kanaries voor haar rekening te nemen. De export van Duitse kanaries naar de VS groeide, naarmate de 19e eeuw vorderde, explosief. In 1882-1883 exporteerde de firma Charles Reiche & Brother 120.000 kanaries van Duitsland naar de VS.

Zong in de jaren ‘50 van de 19e eeuw de Saksische kanarie nog een lied met de oude vertrouwde ‘Nachtegaalslag’, in 1875 hadden diverse alternatieve zangvarianten al een zekere internationale roem verworven. De twee decennia waarin in Saksen nieuwe zangkanarievarianten ontstonden is tevens de periode dat de export van kanaries naar de VS zich razendsnel ontwikkelde en mede als gevolg daarvan het aantal kwekers van kanaries in de Harz-regio expandeerde. Verondersteld wordt dat tussen beide verschijnselen een causaal verband bestaat en je de een niet los kunt zien van de ander. Met andere woorden, de sneller groeiende export naar de VS had een sterke toename van het aantal fokkers en gekweekte kanaries in de Harz-regio tot gevolg. Het grote aanbod aan kanaries maakte het voor de afnemers mogelijk een kwaliteitsonderscheid te maken en dit tot uitdrukking te laten komen in de prijs die aan de fokkers werd betaald. Aangelokt door de hoger prijzen die aan de van de doorsnee zangkanarie afwijkende varianten werden betaald begonnen fokkers te experimenteren met de zangeigenschappen van hun vogels in de hoop een variant te ontwikkelen die door de consument zou worden gewaardeerd en waarvoor dus een hogere prijs bij de opkopers bedongen kon worden.

Omstreeks 1875 had– den, naast de klassieke Saksische kanarie met ‘Nachtegaalslag’, de volgende

Saksische zangkanarievarianten internationale roem verworven: de ‘Andreas

berger’, ‘Glucker’, ‘Hohlschläger’, ‘Roller’, ‘Doppelroller’ en ‘Flöter’. Uiteindelijk zou slechts één zangkanarievariant uit deze periode beklijven, de door Wilhelm Trute en kompanen ontwikkelde ‘Edelroller’, waarvan het lied zich in de laatste decennia van de 19e eeuw zou ontwikkelen tot het zangkanarieras dat we tegenwoordig harzer noemen.

Het is een intrigerende vraag hoe de Saksische kanarieteelt zich in de 19e eeuw zou hebben ontwikkeld zonder de intercontinentale kanariehandel. Zonder de vraag naar kanaries vanuit de VS zou de Duitse kanarieteelt wellicht minder lucratief zijn geweest voor de fokkers, zou het aantal kwekers in Saksen zich tot een bescheidener niveau hebben beperkt, er veel minder concurrentiestrijd zijn geweest tussen de fokkers onderling en mogelijk ook

minder uitdaging om alternatieve zangkanarievarianten te ontwikkelen waarmee je je in positieve zin van anderen kon onderscheiden. Het is zelfs de vraag of met deze voedingsbodem de harzer zangkanarie wel tot ontwikkeling zou zijn gekomen. Hoewel we het antwoord op voornoemde vraag nooit zullen weten is, mijn inziens, onbetwistbaar dat de commerciële activiteiten van de gebroeders Charles en Henry Reiche van bijzonder grote betekenis zijn geweest voor de 19e eeuwse kanarieteelt en -handel in Duitsland en wellicht ook voor het ontstaan van de harzer zangkanarie.

In Sankt Andreasberg staat een monument in de vorm van een uit de kluiten gewassen zangkooitje ter herinnering aan hun befaamde plaatsgenoot Wilhelm Trute, algemeen beschouwd als de aartsvader van de harzer zangkanarie. Naar een gedenkteken voor de gebroeders Reiche, in welke bescheiden vorm dan ook, zoekt men, bij mijn weten, in de Harz-regio tevergeefs. Na lezing van bovenstaande zou men de vraag kunnen stellen of dit wel terecht is.

Noten

1. Om enige indruk te hebben van de toenmalige waarde van deze bedragen kunnen ze vergeleken worden met het loon van een Nederlandse arbeider. Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan, omdat ca. 1875 in Nederland de lonen nogal sterk verschilden qua regio, beroepsgroep en scholing. In sommige sectoren verdiende een volwassen arbeider minder dan ƒ 1,00 per dag, terwijl in andere sectoren het dagloon veel hoger lag. Een gemiddeld dagloon van ca. ƒ 1,25 voor een fabrieksarbeider is een redelijk gemiddelde. Dit geldt voor een werkdag die varieerde van 12-16 uur. Brugmans, Prof. Dr. I.J., De arbeidende klasse in Nederland in de 19e eeuw, 1813-1870, pp. 109-135. Utrecht/Antwerpen 1970, 10e ed.

2. Mijnbouw.

3. Transsylvanië, in het huidige Roemenië.

4. Afkorting van Charles.

5. De ‘Norddeutscher Lloyd’ was een Duitse rederij die in 1857 werd opgericht. Het hoofdkantoor stond in Bremen. Het eerste stoomschip voor een dienst op New York kwam in 1858 in de vaart. In 1866 voeren al acht schepen van de rederij tussen Bremen en New York. Met de lijndienst tussen Bremen en New York werden niet alleen kanaries vervoerd, maar reisden ook veel Duitse emigranten naar de VS. Na de mislukte revoluties van 1830 en 1848 in de Duitse staten en in Oostenrijk emigreerden veel liberalen en socialisten naar de VS. Als gevolg van armoede en economische uitzichtloosheid emigreerden in het laatste kwart van de 19de eeuw drie miljoen, tot de armere bevolkingsgroepen behorende, Duitsers en Oostenrijkers naar de VS.

6. Plokker, J., Ambulante kanariehandelaren te Leiden in de 18e en 19e eeuw. In: Contactblad Speciaalclub Zang NZHU, editie februari, 30e jaargang nr. 1, pp. 14-32 en mei 2014, 30e jaargang, nr. 2, pp. 10-36.

7. Holden, Charles F., Holden’s Book on Birds, 2nd ed., pp. 11-16. Uitgave van

Charles Reiche and Brother, New York/Boston 1873. Grier, Katherine C., Buying Your Friends, The Pet Business and American Consumer Culture, passim. In: Susan Strasser, ed., Commodifying Everything Relationships of te Market. New York, 2003.

8. Plokker, J., Revolutie in de zangkast – deel 2, Harzers. In: Contactblad Speciaalclub Zang NZHU, editie mei 2015, 31e jaargang, nr. 2, pp. 16-44.

9. Rotterdamsche courant: 24-02-1835, 24-03-1835, 24-12-1836, 01-01-1838,

24-02-1838, 05-03-1839.

10. Groninger courant: 08-12-1807; 04-03-1825. Leeuwarder courant: 04-05-1821. Rotterdamsche courant: 25-12-1824; 02-04-1825.

11. Reiche, Charles, The Bird Fancier’s Companion, pp. 15-17. 10e editie, 1871. Uitgave Charels Reiche and Brother, New York/Boston. Uitgave 1e editie in 1853.

12. Plokker, J., Revolutie in de zangkast – deel 2, Harzers. In: Contactblad Speciaalclub Zang NZHU, editie mei 2015, 31e jaargang, nr. 2, pp. 16-44.

13. Dagblad van ’s Gravenhage: 18-12-1844, 17-12-1845, 07-01-1846, 06-02-1846, 23-12-1846, 01-03-1847, 05-01-1848, 29-12-1848. Alleen in advertenties in het ‘Dagblad van ’s Gravenhage’ werd soms aangegeven dat ‘mannetjes Saksische Kanarievogels’ werden aangeboden. Van dezelfde kooplui in andere kranten stond niet expliciet vermeld dat ze mannen te koop hadden. Mede omdat de kanaries werden aangeprezen met hun zangeigenschappen, door de gezongen toeren met name te noemen, gaan we er van uit dat het merendeel van de in Nederland door de Saksische vogelverkopers verkochte kanaries mannen waren.

14. Nylant, P. en J. van Hextor, Het Schouw-toneel der Aertsche Schepselen, afbeeldende allerhande Menschen, Beesten, Vogelen, Visschen, etc. Met een Beschrijvende haar gestalte / hoedanigheden / natuur / krachten / eigenschappen / en genegentheden met 160 Figuren. Amsterdam, 1672. p. 228. Inventarisnr. Kon. Bibliotheek: KW 447 F 13.

15. Hervieux de Chanteloup, J.C., Traité curieux des serins de Canarie/ Naauwkeurige verhandeling van de Kanarivogels. Vertaling A. Moubach. Deze gecombineerde Frans/Nederlandse uitvoering werd in 1712 uitgegeven door Hendrik Schelte te Amsterdam, p. 229.

16. Wickede, F. van, Kanari-uitspanningen, of nieuwe verhandeling van de kanari-teelt, p. 12. Amsterdam 1786, 5e druk. Zie hiervoor ook: Plokker, J., Ambulante kanariehandelaren te Leiden in de 18e en 19e eeuw. In: Contactblad Speciaalclub Zang NZHU, editie februari, 30e jaargang nr.1, pp. 14-32 en mei 2014, 30e jaargang, nr. 2, pp. 10-36.

Advertenties